Binnen de beademingsindustrie word net als in andere vele industriële toepassingen veelvuldig gebruik gemaakt van zogeheten micro elektronica.

Micro elektronica is een mooie uitvinding maar heeft ook zijn schaduwkanten. Door micro elektronica toe te passen in beademingsapparatuur zijn de beademingsapparaten qua omvang wel compacter geworden maar de kans op storingen is daarmee veel groter geworden. Hoe compacter een apparaat ontworpen  is hoe eerder er storingen optreden. Dit is overigens niet alleen bij beademingsapparatuur zo maar meer een algemene stelregel die van toepassing is op allerlei apparaten waarbij de micro elektronica een hoofdrol speelt 
Omdat micro elektronica gevoelig is voor elektromagnetische velden nemen de gevaren van de storingen ook toe. Er zijn meer elektromagnetische velden om ons heen dan we misschien in de gaten hebben. Denk maar eens aan detectiepoortjes bij winkels. Ook R.F.I.D geeft een bepaalde elektromagnetische straling af. Rfid is een afkorting die staat voor Radio Frequency Identification waar je steeds meer mee te maken krijgt. De gevolgen van storingen afkomstig van elektromagnetische velden kunnen zeer verstrekkende gevolgen hebben. De beademingsmachine kan spontaan gaan versnellen of vertragen maar kan ook in zijn geheel spontaan uit gaan. Dit kan leidden tot grote ongelukken met de dood tot gevolg.

De huidige beademingstoestellen zijn op verzoek van artsen en verpleegkundigen dermate volgepropt met complexe elektronica dat er steeds meer storingen gaan optreden.  De moderne artsen willen zo idioot veel controlemogelijkheden op een beademingsapparaat hebben dat je bijna kunt spreken van een computer die toevallig ook kan beademen.

De basis gedachte dat een beademingsmachine alleen maar moet kunnen beademen ligt reeds ver achter ons. Als je in deze tijd een beademingsmachine zonder veel snufjes wilt hebben dan wordt je wat schaapachtig aangekeken met een blik van waar heb je het over. Tja, ikzelf ben opgevoed met de instelling van: hoe eenvoudiger hoe beter en de daaraan gekoppelde gedachte:  “ieder mens kent zijn eigen lijf het beste”. Om mij goed te voelen heb ik geen meters of wat dan ook nodig.  Als je aan de beademing ligt kun je eigenlijk maar twee dingen ervaren:

1. Je hebt het benauwd en voelt je niet goed.
2. Je hebt het niet benauwd en voelt je wel goed.

Artsen werken veelal volgens vastgestelde protocollen maar omdat er geen mens hetzelfde is of functioneert schuilt er een groot gevaar in het vertrouwen op meters en dergelijke hetgeen in een protocol is vastgelegd. Het gaat er bij beademing om hoe je als beademingspatiënt de dingen ervaart, niet om wat de metertjes zeggen en de daarmee samenhangende intrepetatie van de praktiserende arts. Als de gedachte is dat de arts naar aanleiding van meetinstrumenten een soort beeld vormt dan wil dat echt niet zeggen dat de arts het bij het juiste eind heeft.  Meters zijn slechts een hulpmiddel maar geen doel op zich waar voor 100% op vertrouwd kan / mag worden.
De mens moet leven met de beademing, de beademing niet met de mens.

Vervolg >